bacterie

Buiktyfus

Salmonella typhi is de verwekker van buiktyfus of febris typhoidea. Salmonella paratyphi is de verwekker van paratyphus. Beide aandoeningen zijn heel vergelijkbaar, maar paratyfus verloopt doorgaans milder. Het ziektebeeld begint meestal gastro-intestinaal met diarree of obstipatie, maar kan ernstig invasief verlopen met sepsis, hoge koorts, hoofdpijn, sufheid, splenomegalie. Onbehandeld kent buiktyfus een mortaliteit van 10-25%.

 

Maatregelen naar aanleiding van een melding aan het CLB

STAP 1: Verheldering van de melding

    • Contacteer eerst het team infectieziektebestrijding. Aangezien het om een meldingsplichtige aandoening gaat hebben zij mogelijk de melding reeds ontvangen via de behandelend arts of het labo. Spreek onderling af wie de verheldering van de melding zal doen.

    • Indien uitzonderlijk 2 of meer gevallen in een klas, waarbij symptomen binnen de week begonnen, worden gemeld, verzamel dan ook de eventuele link(en) tussen die gevallen (vrienden, gezin, vrijetijdsactiviteiten…). Enkel indien de transmissie vermoedelijk op school is gebeurd spreken we in deze context van epidemiologisch gelinkte gevallen. Indien het om 2 gevallen van eenzelfde gezin gaat is de besmetting vermoedelijk niet op school gebeurd.

Gevalsdefinitie:

STAP 2: Meldingsplicht

STAP 3: Wering van school

    • Kinderen uit de basisschool en secundair onderwijs met voldoende hand- en toilethygiëne blijven thuis tot klinisch herstel.

    • Kleuters en kinderen met een vergelijkbare ontwikkelingsleeftijd (omwille van zorgbehoefte en type onderlinge contacten) worden geweerd tot:
        • 3 negatieve faecesculturen met minstens 1 dag interval, afgenomen minstens 3 weken na de laatste koortsdag én minstens 2 weken na het beëindigen van de antibioticakuur

    • Indien broers of zussen van de index ook diarree krijgen binnen 1 maand, gelden dezelfde weringsmaatregelen; d.w.z. kleuters en kinderen met vergelijkbare ontwikkelingsleeftijd worden geweerd tot de faeceskweek eenmaal negatief is (uitsluiting van de diagnose), kinderen met voldoende hand- en toilethygiëne blijven thuis tot klinisch herstel.

STAP 4: Contactopsporing

Doel: Contactopsporing is bedoeld om alle mogelijk nauwe contactpersonen op te sporen en te bepalen of contacten geweerd dienen te worden en aan welke contacten alleen hygiënemaatregelen geadviseerd moeten worden. Aangezien het gaat over een ernstige ziekte en het is belangrijk om verspreiding van de bacterie te voorkomen.

Een contactopsporing houdt rekening  met:

De besmettelijkheid van de indexleerling

    • De besmettingsweg is faeco-oraal, via besmet voedsel of water. Transmissie van mens op mens is uitzonderlijk.

    • De bacterie wordt uitgescheiden in stoelgang en urine vanaf de eerste ziekteweek tot 3 maanden later. Indien adequate antibioticabehandeling wordt gestart is de uitscheiding nog maximaal 2 weken. In 1-4% van de infecties met S. typhi is er chronisch dragerschap en blijft de bacterie langer dan een jaar in de stoelgang aanwezig, bij S. paratyphi is dit veel zeldzamer.

De incubatietijd

De incubatietijd van S. typhi is 8 tot 14 dagen, met maximale spreiding van 3 dagen tot een maand. De incubatietijd van S. paratyphi is 1 tot 3 weken.

De aard van de contacten

De klasgenoten en klasleerkracht(en) zijn contactpersonen.

STAP 5: Informeren

Contactpersonen

    • Informeer de (ouders van de) klasgenoten en klasleerkracht(en) over:
      • De ziekteverschijnselen
      • Waakzaamheid en raadplegen behandelend arts

        • Goede hand- en toilethygiëne

Zie voorbeeldbrief ‘Buiktyfus in de klas’.

EPBW

Vraag de school om bij een uitbraak van buiktyfus ook aan de Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk van de school:

    • de informatiebrieven te bezorgen die CLB aan ouders, leerlingen en personeel heeft verspreid.

    • mee te delen of er zwangere personeelsleden zijn, die contactpersoon van de besmette leerling zijn

School

    • Informeer en stimuleer de school tot goede hand- en toilethygiëne:
      • Toiletgebruik:
      • Handenwassen na elk toiletgebruik
      • Gebruik bij voorkeur wegwerpluiers
      • Reinig en desinfecteer het luierkussen na ieder gebruik.

        • Verwittig het schoonmaakbedrijf en poetspersoneel en licht hen in over de besmettelijkheid. Reinig en desinfecteer minimaal 1x per dag en bij voorkeur 2x per dag het sanitair blok: het toilet, de spoelknop, de deurklink, kranen, lichtschakelaar,… (alle frequent aangeraakte oppervlakken).

STAP 6: Vaccinatie en immuniteit

    • Er zijn 2 vaccins beschikbaar tegen S. typhi:
      • Een levend afgezwakt oraal vaccin

        • Een dood parenteraal vaccin

    • Vaccinatie is in Vlaanderen uitsluitend geïndiceerd voor reizen naar (sub)tropisch gebied.

    • Er is geen vaccin beschikbaar tegen S. paratyphi.

STAP 7: Chemoprofylaxe

Niet van toepassing

STAP 8: Staalname

Niet van toepassing op school.