Wat zegt de regelgeving?
In 2018 werd het regelgevend kader voor leerlingenbegeleiding door scholen en CLB’s vastgelegd. Daarbij werd het eerdere Besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008 over de inrichting en uitrusting van de infrastructuur voor medische consulten door de CLB’s opgeheven.
Het huidige kader is opgenomen in het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 tot operationalisering van de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Hoofdstuk V van dit besluit beschrijft de vereisten voor infrastructuur en uitrusting.
- Artikel 18: privacy. De ruimte moet zowel auditieve als visuele privacy garanderen. Anderen mogen een gesprek niet kunnen afluisteren of begrijpen en mogen niet kunnen zien wat er in de ruimte gebeurt.
- Artikel 19: ruimte voor systematische contacten en vaccinaties. De criteria uit de standaarden jeugdgezondheidszorg en het Draaiboek Infectieziekten CLB zijn richtinggevend voor de inrichting van deze ruimtes.
- Artikel 20: materiaal. Het CLB gebruikt het materiaal dat nodig is om de opdrachten uit te voeren zoals beschreven in de standaarden jeugdgezondheidszorg, het Draaiboek Infectieziekten CLB en de protocollen van de projectgroep Protocollering en Diagnostiek.
Hoe wordt de privacy concreet ingevuld?
De omzendbrief van 14 juni 2019 over de operationalisering van de leerlingenbegeleiding verduidelijkt artikel 18 van het besluit.
In punt 5 staat dat:
- anderen tijdens een gesprek eventueel iets mogen horen, maar niet mogen kunnen afluisteren en begrijpen wat er precies wordt gezegd;
- anderen niet mogen kunnen zien wie zich in de ruimte bevindt.
Wat wordt van scholen verwacht?
Punt 2 van de omzendbrief, bij de toelichting bij artikel 2 van het besluit, beschrijft wat de decreetgever minimaal verwacht van scholen en CLB’s binnen het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg.
Scholen werken actief mee aan de organisatie en uitvoering van de systematische contacten en vaccinaties door het CLB. Dat kan bijvoorbeeld door afspraken te maken over het gebruik van de lokalen waar de contacten plaatsvinden.
Waar dien je, rekening houdend met de JGZ-Standaarden en het Draaiboek Infectieziekten, bijkomend op te letten bij de keuze van een lokaal voor het systematisch contact?
Veilige ruimte
Het lokaal, de uitrusting ervan en het medisch materiaal moeten beantwoorden aan de vereisten van de algemene hygiëne, van het comfort en de veiligheid van de personen op het vlak van:
- de natuurlijke en kunstmatige verlichting;
- de vloeren en wanden;
- het meubilair.
Om het infectierisico te beperken, worden de volgende algemene regels nageleefd:
- niet-poreuze, bestendige en gemakkelijk te onderhouden materialen gebruiken;
- het meubilair en de uitrustingen tot het strikt nodige beperken;
- ergonomisch en gemakkelijk te onderhouden materiaal en uitrustingen voorzien;
- bron en reservoir van micro-organismen of allergenen vermijden (bv. planten, tapijten,…).
Rustige ruimte
Rustige ruimte waarin visuele en auditieve prikkels beperkt zijn zodat de leerling niet afgeleid wordt.
De audiometrie wordt afgenomen in een rustige ruimte waarin de waarnemingsdrempel van de onderzoeker gelijk is of maximaal 10 dB hoger ligt, dan zijn/haar waarnemingsdrempel in stille omstandigheden.
Voor de afname van de SPIN-test vormt gering omgevingslawaai, zelfs met kortdurend stoorgeluid, geen probleem.
Grote, geëquipeerde ruimte
Een ruimte die voldoende groot is om de noodzakelijke afstand te respecteren die nodig is om het verzicht van de leerling te onderzoeken (3 à 6 m afhankelijk van de gebruikte test).
Het lokaal bevat ook een lavabo (handhygiëne), een plaats waar de leerling zich (met respect voor privacy) kan omkleden, stopcontacten en een goede internetverbinding.
Verlichte ruimte
Om het verzicht op een kwaliteitsvolle manier te onderzoeken, dient de test belicht te worden met een homogene verlichting van 500 lux zonder lichtreflectie. Dit kan via spotverlichting (twee 100 Watt spotlampen met een grote spreidingshoek die de kaart schuin van boven van ongeveer twee meter afstand bestralen).
Voor het onderzoek van het dieptezicht dient minimaal 1000 lux homogeen licht (zonder lichtreflectie) te schijnen op de test.
Voor het kleurzinonderzoek dient bijkomend de test belicht te worden door wit licht met een minimale lichtsterkte van 1500 lux.
Warme ruimte
In het lokaal waar de leerlingen ontkleed zijn, moet de regelbare verwarmingsinstallatie, bij alle weersomstandigheden, een temperatuur van +20° C kunnen voorzien.
Vaccinatie
Indien gevaccineerd wordt zijn er 2 bijkomende aandachtspunten, nl. de mogelijkheid om een leerling die dreigt flauw te vallen, comfortabel neer te leggen en een ruimte waar leerlingen tot 15 minuten na vaccinatie onder toezicht van een volwassene kunnen wachten zonder dat ze hiervoor de trap dienden te nemen.
Laatste revisie: februari 2026