Beide teelballen zijn niet altijd even groot. Meestal is het verschil beperkt tot één volumestap op de orchidometer, bijvoorbeeld 8 ml rechts en 6 ml links.

Een verschil in teelbalvolume kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan een varicocèle leiden tot een kleinere teelbal (hypotrofie). Ook een eerdere operatie aan een niet-ingedaalde teelbal (cryptorchidie) kan hypotrofie veroorzaken.

Hoe ga je hiermee om?

Welk teelbalvolume gebruik je voor de T-score?

In het kader van de groeistudie werd geadviseerd om het volume van de rechterteelbal te gebruiken voor de T-score.

Is er vanuit de anamnese een verklaring voor een kleinere rechterteelbal? Dan geeft het volume van de linkerteelbal een betrouwbaarder beeld van de werkelijke pubertaire ontwikkeling.

Als schoolarts controleer je altijd de aanwezigheid en het volume van beide teelballen.

Let op mogelijke verschillen in de pubertaire ontwikkeling

Beoordeel het teelbalvolume altijd samen met de ontwikkeling van de penis en het scrotum. Zo kan je eventuele discrepanties vaststellen.

Meer informatie vind je in de Standaard, deel 1, p. 21-23.

Aandachtspunt bij de meting

Het teelbalvolume correct inschatten en scoren is bijzonder moeilijk. Voor een betrouwbare meting moet je de teelbal manueel goed isoleren van de omliggende weefsels en structuren in het scrotum.

Hou daarbij rekening met de bijbal en mogelijke afwijkingen, zoals een varicocèle, scrotale liesbreuk, hydrocele of tumor.

Meer lezen: Oosterlinck W. en Hoebeke P., Varicocoele bij kinderen en adolescenten: behandeling of niet?, Tijdschrift voor Geneeskunde, 1997, 53(6): 389-391.