Bof, ook wel parotitis epidemica of dikoor of ‘de mol’ genoemd, is een virale infectie gekenmerkt door koorts en ontsteking van de speekselklieren (meest frequent de parotisklier). De infectie kan ook asymptomatisch verlopen (vooral bij jonge kinderen) of als een respiratoire infectie zonder speekselklierontsteking. Complicaties zoals aseptische meningitis, encefalitis, epididymo-orchitis, oöforitis, gehoorverlies, pancreatitis, thyroïditis, artritis, mastitis, glomerulonefritis, trombocytopenie, cerebellaire ataxie en myocarditis zijn mogelijk.
Solitaire parotitis kan ook veroorzaakt worden door andere virussen (parainfluenzavirus, influenzavirus, EBV, CMV, coxsackie, echovirus), door bacteriën (streptokokken, stafylokokken, Bartonella, mycobacteriën) of door een niet-infectieuze oorzaak (speekselkliersteen, tumor, syndroom van Reiter). Epidemische parotitis is steeds veroorzaakt door het bofvirus.
Om die reden is bij een solitaire parotitis laboratoriumdiagnostiek noodzakelijk om tot bof te besluiten. Bij epidemische parotitis kan de diagnose louter klinisch worden gesteld.
Voor meer informatie zie richtlijn van het Departement Zorg Bof (dikoor) | Departement Zorg
Gevalsdefinitie:
Mogelijk geval: patiënt met klinisch verdacht beeld.
Waarschijnlijk geval: patiënt met klinisch verdacht beeld, epidemiologisch gelinkt aan een bevestigd geval.
Bevestigd geval: klinisch compatibel geval met laboratoriumconfirmatie
Maatregelen naar aanleiding van een melding aan het CLB
Zie ook stroomdiagram
STAP 1: Verheldering van de melding
Ga vooraleer eventuele maatregelen op te starten steeds na of er effectief sprake is van bof.
Gaat het om een mogelijk, bevestigd of waarschijnlijk geval?
Er worden uitsluitend maatregelen genomen indien:
- Er een positieve laboratoriumdiagnostiek voor bof is; ofwel positieve PCR, ofwel positieve bof IgM bij niet-gevaccineerde of 4-voudige titerstijging bof IgG (bevestigd geval)
OF
- het om een epidemisch voorkomen van parotitis gaat (waarschijnlijk geval).
Verzamel betrouwbare informatie over:
- De diagnose, verifieer eventueel bij de behandelende arts of het gaat om een mogelijke, waarschijnlijke of bevestigde diagnose. Indien er sprake is van een solitair geval dat niet met andere bevestigde gevallen in verband gebracht kan worden, is het van belang dat de diagnose wordt bevestigd door laboratoriumdiagnostiek.
- De (duur van de) klachten
- Indien 2 of meer gevallen in een klas, waarbij symptomen binnen de 25 dagen begonnen, worden gemeld, verzamel dan ook de eventuele link(en) tussen die gevallen (vrienden, gezin, vrijetijdsactiviteiten…). Enkel indien de transmissie vermoedelijk op school is gebeurd spreken we in deze context van epidemiologisch gelinkte gevallen. Indien het om 2 gevallen van eenzelfde gezin gaat is de transmissie niet op school gebeurd.
-
STAP 2: Meldingsplicht
- Bof is geen meldingsplichtige ziekte.
- Als zich op school 2 of meer gelinkte gevallen van bof voordoen in 25 dagen tijd is er wel meldingsplicht bij het team infectieziektebestrijding.
STAP 3: Wering van school
De index wordt geweerd van school vanaf de diagnose tot 5 dagen na het begin van de symptomen.
STAP 4: Contactopsporing
Doel: de contactopsporing is bedoeld om besmetting met bof te voorkomen bij nog niet-gevaccineerde kinderen (en volwassenen) en bij personen met risico op een ernstig verloop.
Een contactopsporing houdt rekening met:
De besmettelijkheid van de indexleerling
- Besmetting gebeurt via druppelinfectie vanuit neus- en keelholte (door hoesten en niezen).
- De index is besmettelijk van 1 tot 2 dagen voor het ontstaan van parotiszwelling tot 9 dagen na het ontstaan ervan.
De incubatietijd
- De incubatietijd is 12 tot 25 dagen, meestal 16 tot 18 dagen.
De waarschijnlijkheid van de diagnose
- Bij een solitair geval van bevestigde of waarschijnlijke bof worden de klasgenoten en klasleerkracht(en) steeds als nauwe contactpersonen beschouwd.
- Kijk steeds de vaccinatiestatus voor mazelen-bof-rubella na bij alle nauwe contactpersonen en biedt inhaalvaccinatie aan indien onvolledig (niet in geval van zwangerschap).
Het aantal gevallen
- Bij 2 of meer gelinkte gevallen van (mogelijke) bof binnen 25 dagen worden de klasgenoten en klasleerkracht(en) steeds als nauwe contactpersonen beschouwd.
- Kijk steeds de vaccinatiestatus voor mazelen-bof-rubella na bij alle nauwe contactpersonen en biedt inhaalvaccinatie aan indien onvolledig (niet in geval van zwangerschap).
-
STAP 5: Informeren
Contactpersonen
- Informeer de (ouders van) de nauwe contactpersonen (zie STAP 4: Contactopsporing) over:
- Waakzaamheid en raadplegen behandelend arts
- Vaccinatiemogelijkheden (zie STAP 6: Vaccinatie)
- Goede hoest-, snuit- en nieshygiëne
Zie voorbeeldbrief ‘Bof in de klas’.
EPBW
Vraag bij elke melding van bevestigde of waarschijnlijke bof aan de school om aan de Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EPWB) van de school:
- de informatiebrieven te bezorgen die CLB aan ouders, leerlingen en personeel heeft verspreid.
- mee te delen of er zwangere personeelsleden op school zijn, die nauwe contactpersoon van de besmette leerling(en) zijn
School
- Er zijn geen extra hygiënische maatregelen nodig.
- Motiveer de school tot:
- Goed ventilatie van de klaslokalen
- Goede hoest-, snuit- en nieshygiëne: Zie fiche Basishygiëne .
STAP 6: Vaccinatie en immuniteit
- Bofvaccin is een levend verzwakt vaccin en maakt deel uit van de MBR-vaccinatie tegen mazelen, bof en rubella. Een vaccin dat alleen de bofcomponent bevat is in België niet meer verkrijgbaar.
- MBR vaccinatie maakt deel uit van het basisvaccinatieschema en wordt aangeboden op 12 maanden en in het 4de leerjaar.
- Immuniteit van doorgemaakte infectie is levenslang. Immuniteit na vaccinatie (2 dosissen) wordt geschat op 91%, er is ook sprake van waning immunity.
- Post-exposure vaccinatie is niet zinvol, maar vaccinatie van niet- of onvolledig gevaccineerden kan wel bescherming bieden aan zij die nog niet blootgesteld zijn. Gezien de incubatietijd tot 25 dagen kan duren kunnen nieuwe gevallen nog laattijdig opduiken.
- Indien zich een uitbraak van bof voordoet bij kinderen die nog niet in het vierde leerjaar zitten, dan kan in samenspraak met het team infectieziektebestrijding beslist worden om de 2de MBR-vaccinatie vervroegd toe te dienen.
- Bied steeds vaccinatie aan de nauwe contactpersonen met een onvolledige MBR vaccinatie aan (niet tijdens zwangerschap). Gebruik hiervoor het standaard toestemmingsformulier voor inhaalvaccinaties.
STAP 7: Chemoprofylaxe
Niet van toepassing
STAP 8: Staalname
Niet van toepassing